De ontwikkelingen in de landelijke politiek en de toenemende polarisatie raken me. Ik zie hoe makkelijk het “wij” uit elkaar wordt gespeeld in meerdere “wij’s”. Terwijl ik er juist van overtuigd ben dat de meeste mensen in de kern het goede willen doen voor elkaar. Daarom stap ik juist nú de politiek in: om verbinding terug te brengen, met respect voor ieders overtuiging, achtergrond en financiële of maatschappelijke positie.
We staan voor grote opgaven die we alleen samen kunnen dragen. Of het nu gaat om wonen—een passende, betaalbare woning kunnen vinden—om veiligheid in de buurt, of om de erkenning én aanpak van de overdimensionering van de veestapel en de milieuproblematiek die daarmee samenhangt: dit zijn vraagstukken die we niet oplossen door tegenover elkaar te gaan staan. We hebben elkaar hard nodig om te zorgen dat iedereen krijgt wat nodig is om mee te kunnen doen en goed te kunnen leven.
Tegelijk zie ik dat sommige problemen groter zijn dan wat we als gemeente alleen kunnen aanpakken. Juist daarom is samenwerking essentieel: binnen de gemeente, met regio en provincie, en met inwoners, ondernemers en organisaties. In dat gesprek wil ik scherp zijn op de feiten én zacht op de relatie: elkaar blijven zien als mens, ook als we het oneens zijn.
Bij de landbouw en het milieu geloof ik bijvoorbeeld niet in het aanwijzen van zondebokken. De overproductie in de veeteelt of producten uit China zijn niet “het probleem”; zij zijn vaak het gevolg van een maatschappelijk bredere ontwikkeling van overconsumptie en een systeem dat op stééds méér en goedkoper is ingericht. Als de oorzaak breed is, dan moet de oplossing dat ook zijn: eerlijk, realistisch en samen, met perspectief voor bijv. de boeren én met verantwoordelijkheid voor natuur, gezondheid en toekomst.
Ik kies daarom voor een sociaal-maatschappelijke koers: bruggen bouwen, vertrouwen herstellen en oplossingen organiseren die werken—niet voor een deel van de samenleving, maar voor ons allemaal. Met PvdA/GroenLinks, D66 en PRO wil ik bouwen aan een gemeente waarin “wij” weer een gezamenlijke belofte wordt.
